Voorbeelden van het gebruik van Wetend in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
God is echt horend en wetend.
En God is wetend en wijs.
Jouw Heer is wetend en wijs.
God is wijs en wetend.
Stel je voor niet wetend wat je bent.
Ik vertrek hier met minder wetend dan dat ik kwam.
Mensen doen opofferingen voor geloof, wetend dat zij een goede keus maken.
Minder dan wat je was, niet wetend wat je moet.
Net als een klein kind geluiden maken, niet wetend wat je doet.
Ik heb mijn zoon moeten terugsturen naar het eiland, wetend dat.
Je liet me met haar trouwen wetend dat ze het al was.
Stel je voor, niet wetend of hij ooit terugkeert.
Ik heb van dag tot dag geleefd, nooit wetend, wanneer.
Wetend dat niemand het begrepen heeft.
Wetend wat hij is.
God is wetend en zachtmoedig.
God is wetend en wijs.
God is wetend en vrijmachtig.
God is wetend en wijs.
Wetend dat ik moet sterven.