Voorbeelden van het gebruik van Bekennen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet als ze bekennen.
Ik wil een moord bekennen.
Ik wou ze wat klappen verkopen tot ze bekennen.
Hij moet bekennen dat hij geschoten heeft.
Waarom zou je een moord bekennen die je niet gepleegd hebt?
Wij bekennen geen schuld en jullie cliënten laten de zaak vallen.
Wat zou ik moeten bekennen?
Wat moet ik bekennen?
Waarom zou hij bekennen?
Als je bekennen bedoelt, dat doen we toch.
Bekennen is het niet.
Bekennen is geen verraad.
Tenzij u nu wil bekennen, om ons allen tijd te besparen?
Ik moet bekennen dat ik wel een bijbedoeling heb.
Ik moet bekennen dat ik geen fan van je ben.
Een van u kan bekennen of een deal met de aanklager maken.
Kleur bekennen- deel 2:
Kleur bekennen- deel 1:
Als je iets wilt bekennen, schrijf het dan op.
Ik zal bekennen, maar wil wel een volledige deal.