Voorbeelden van het gebruik van Bekennen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dan moet hij bekennen.
Ik denk niet dat ik daarvoor zal bekennen te hebben gespioneerd.
Ik moet je iets bekennen.
Men moet concreet schuld bekennen.
Tess, ik moet je wat bekennen.
Goed, dan kan iemand maar beter bekennen.
Ik moet je wat bekennen.
Je vraagt of ik wil bekennen?
Marilyn, ik moet je iets bekennen.
Jullie laten wel vaker mensen dingen bekennen die ze niet gedaan hebben.
Ik moet Merrins moordenaar laten bekennen.
Bekennen wat zonde is' twixt je een' Poldark!
Je moet het bekennen… zodat ik die onzin stemming kan tegenhouden.
Je misdaad bekennen, zogezegd.
Omdat bekennen niets oplost!
Bekennen:"Ik heb ze niet, deze Pisan begrijpen.
Dan is een misdrijf bekennen die je niet beging.
Waarom zou iemand een moord bekennen die hij niet heeft gepleegd?
En als hij daarvoor moet bekennen, dan wil ik
Joodse extremisten bekennen moord op jonge Palestijn.