Voorbeelden van het gebruik van Het is weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het is weer gaan leven.
Je zal 't zien, het is weer de plaats waar we als kinderen van hielden.
Het is weer kapot.
Het is weer zover.
Het is weer oké met de Niners.
Het is weer kapot, ga van de straat.
Het is weer gebeurd?
Mildred, het is weer zover!
Het is weer aan.
Het is weer zo'n jongen die terug bij af is. .
Ja, het is weer april.
Het is weer april.
Het is weer weg.
Het is weer Kerstmis, wat een vreugde!
Het is weer… een zonnige dag in Vegas.
Het is weer zover: het Oktoberfest in München begint.
Het is weer zover: het Matjes-seizoen is geopend.
Het is weer… een steile leercurve geweest voor iedereen.
Het is weer net als op de universiteit.
Het is weer in, mensen.