Voorbeelden van het gebruik van Hij lachte in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij lachte toen hij het deed.
Hij lachte met je mee terwijl je naar hem keek.
Hij lachte toen ik hem vasttapete en daarna sloeg hij hem opnieuw.
Hij lachte voortdurend als hij praatte!
Ik geloof dat hij lachte, toen hij dat deed.
Ik bloedde als een rund en hij lachte.
Ik keek naar mijn zoon, hij lachte.
Ja, hij lachte.
Die andere was er ook. Hij lachte.
Hoe hij rookte. Hoe hij lachte.
Paul zag me zwaaien en hij lachte.
En lacht zoals hij lachte!
Hij lachte en zei dat maar een persoon in de vloot dat zou durven.
Dat hij lachte omdat ik was ontsnapt.
ze haar slipje kon uittrekken, en hij lachte en zei dat ze dat moest doen.
Weet je, hij lachte om de oorlog tegen terrorisme… en het ontbreken van een echte vijand.
Ik sprak tegen hem en hij lachte en toen… Daarna hoorde ik hem ineens schreeuwen.
Ik had iets gedaan dat niet mocht, maar hij lachte, dus het gaf niet.
Hij lachte, dronk zijn koffie
