Voorbeelden van het gebruik van Huis in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het is mijn huis, dus eigenlijk moet jij weg.
Met zo'n huis had je Halliburton wel om hulp kunnen vragen.
De man in dat huis heeft de President niet vermoord.
Hebben jullie nu 'n huis en een auto?
En hij bouwde dit huis, zodat hij geheime ceremonies kon uitoefenen.
Vermaak je. Er is nog veel meer cocaïne en seks in huis.
Ik wil naar huis, naar Amerika.
Wat brengt dat jou of iedereen in dit huis?
Bij het spoor, vlakbij Bo's huis.
Wat probeer je te ritselen met het huis van Adams?
Toen ik terugkwam had ik veel geld en een gigantisch huis.
ben ik van huis weggelopen.
Ze loosde het wapen in een meer op weg naar huis.
We zijn nu op weg naar huis.
Ryder, Ik heb over je aandelen gehoord op de weg naar huis.
Bel Ric vanuit de auto naar huis.
Ze hebben een huis in Turkije, en een huis aan de kust.
Er is niet veel te doen om het huis wanneer het zo regent.
Ik zou graag meer willen weten over de tocht in dit huis.
En wat heb ik gezegd over primaten in huis?