Voorbeelden van het gebruik van Kindje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je kant niet iedere avond kamperen, kindje.
Ik ook, kindje.
Ik heb een vrouw en een kindje van twee, thuis.
Mijn kindje gaat waar ik heen ga.
Als het kindje Jezus wegwaait,
Kindje Jezus kwam door de voorruit
Dat kindje in je buik heeft je erger aangetast
Kindje, je bent thuis.
Het drukke gedrag van je kindje kan ook andere oorzaken hebben.
Zo leert het immuunsysteem van je kindje om te gaan met vreemde stoffen.
Gebruiken bij een kindje jonger dan 3 jaar?
Exclusieve kindje stickers voor uw auto.
Vanaf wanneer mag je kindje in een fietskar?
Vanaf wanneer mag je kindje in een fietskar?
Je kindje kan het handige mini wafeltje makkelijk vasthouden.
En kindje?
We zijn in oorlog, kindje, en jij bent een onbetrouwbare partner geworden.
Het jaar van de aap. Haar kindje is geboren in het jaar van de aap.
Zo kindje, hoe voelen we ons vandaag?
Ben jij het kindje Jezus?