Voorbeelden van het gebruik van Kindje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het kindje moest wel van de beer zijn,
Vind je het niet vreemd dat ons driejarige kindje dieren doodt?
Dit is Nieuwjaar, kindje.
Proef 'ns, kindje.
Ze heeft ons kindje vermoord.
Je hebt ons kindje gered.
He, kindje, waarom ben je al op?
Lief kindje, hè?
Mijn kindje is dood!
Het kindje zal sterven.
Waarom hebben jullie m'n kindje vermoord?
Schattig klein gekleurd kindje.
En m'n broer blijft leven. Want ik heb een prachtig kindje.
Ik heb m'n kindje achtergelaten.
We hebben ons kindje verloren.
Zo groot is het kindje dat Ethan en ik niet krijgen.
Het kindje wil op de wereld, Susanna.
Kom binnen, kindje.
Kom op, kindje.
Is dat uw kindje?