Voorbeelden van het gebruik van Sturen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Morgen kunnen we een sonde sturen.
Ik was vergeten dat we het hem nog steeds sturen.
Elke week je verhalen sturen.
Wilt u me er één sturen?
Ze willen ons met alle plezier de forensische informatie sturen.
Emily zou dat nooit naar je moeder sturen.
Je moet me zeker die foto sturen.
Als het werkt, kan je me een cheque sturen.
Nee, jij moet iets naar de F.B.I. sturen.
Ja, je kan hem een bloemetje sturen.
Dus dan mogen wij wel enkele schepen hierheen sturen om ook te oefenen?
Ik ben zo op u gesteld… dat ik u naar de hemel zal sturen.
F dat ze je naar school zou sturen.
Samoushenka zag ik eigenlijk nooit, ze zat in The Savoy Nita om boodschappen sturen.
Zou de koning z'n dochter sturen?
Nee…- Ik laat me niet de dood in sturen.
Ik zal 'm wat sturen.
Maar jullie zien IK zal iemand anders op weg sturen.
Ik heb zelfs een tas achtergelaten, waarna ik nu naar mij zal sturen.
Als ik de moordenaar tegenhoud, sturen ze een andere.