Voorbeelden van het gebruik van Uitleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik kan het uitleggen.
En ik kan alles uitleggen.
Laat me het uitleggen.
Meneer Wallenberg, kan u onze vrienden uitleggen wat dit betekent?
Zij kan 't beter uitleggen dan ik.
Geen maar. Eerst uitleggen.
Hoe wil je dat dan uitleggen?
Kun je dat uitleggen?
Ik zal je alles uitleggen.
Dat mag je straks aan de rechter uitleggen.
Zo ja, alsjeblieft uitleggen in detail….
Laten we eens beginnen bij het begin en uitleggen wat investeren is.
Zij zullen alle voorwaarden die bij het tekenen van deze papieren horen uitleggen.
Later zal men jullie uitleggen waarom.
Nos zullen dat más tarde beter uitleggen volgens uw begripsniveau en vooruitgang.
Ooit ga je 't me moeten uitleggen.
Maar als het niks oplevert, mag jij dat uitleggen.
Dat mag je op het bureau uitleggen.
Wil je dan de katten uitleggen?
Jean-Luc. Mag ik je dit straks uitleggen?