Voorbeelden van het gebruik van Dat wist in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
U mocht niets aanraken, dat wist U toch zeker wel?
Ik wilde dat je dat wist.
En hij wilde dat je dat wist.
Hij belazert ons. Ik zal je niet vragen of je dat wist.
Speel niet met mij, dat wist u al.
Vertel me hoe je dat wist.
Dat wist iedereen.
Dat wist je en je ging de andere kant op.
Maar dat wist je al, of niet?
Dat wist ik niet, toen ik dit aannam?
Maar dat wist jij toch ook?
Dat wist zij ook.
Als je dat wist, waarom gaf je mij dan geen aandacht?
Maar dat wist jij toen nog niet!
Dat wist ik, maar ik ging niet terug.
Dat wist u. Wilde u wraak nemen?
Als ik dat wist zou je het mij niet vragen, toch?
Dat wist je.
Dat wist ze denk ik niet?
Als je dat wist, waarom ging je dan niet naar de politie?