Voorbeelden van het gebruik van De pest in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was teleurgesteld in hem, maar had meer de pest aan jou.
Ik heb ook de pest aan je leven.
Haar vader heeft toch al de pest aan me.
Heb je ook de pest aan Amerika?
Iedereen heeft de pest aan me.
Ik had altijd de pest aan dit spel.
Als 'n Toon mijn broer vermoord had, had ik ook de pest aan mij.
Het is een geheiligd gegeven dat programmeurs de pest hebben aan documenteren;
En vooral dat ik iemand ben geworden aan wie mama de pest zou hebben.
Het is toch niet de pest, of wel?
Was het de pest?
De Pest een Cator 1000 is aanbevolen voor elke kleine huis.
De pest is het eerste teken.
Je bent niets anders dan de pest, een rugridder met open bek.
De pest, of wat het ook was, is verdwenen.
Je hebt de pest op dit schip.
Het is de pest, longpest.
U heeft de pest aan mij!
De pest maakt graag bieten,
De Pest bacteriën en het gif kwamen hoogstwaarschijnlijk van Medisonus.