Voorbeelden van het gebruik van Haastig in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
ons gesprek was haastig en stuntelig.
Was je een beetje te haastig met de drukknoop?
De brief is haastig, en op eigen verantwoordelijkheid geschreven.
het niet goed is als u teveel of te haastig eet.
Ik zette je aan het denken, misschien was je verkeerd, te haastig?
Deze beslissing was natuurlijk overhaast en haastig.
Altijd haastig, raadsman.
Niet zo haastig.
Dat is geen haastig besluit.
Verspeel nooit je zelfrespect door haastig en onbedachtzaam te spreken.
Allison vertrok haastig omdat er slecht weer op komst was.
Wees niet zo haastig.
Nabij, en hij komt zeer haastig;
Lijkt erop dat hij haastig is vertrokken.
Niet zo haastig.
Nu moet alles haastig gedaan worden.
Eén van zijn buren zag hem haastig zijn pick-up vol laden.
Ik kocht haastig Data Recovery Pro.
De Enten zijn niet haastig wezens, nemen hun tijd;
je liever snel en haastig notities maakt.