Voorbeelden van het gebruik van Moet ophouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dit moet ophouden.
De rat moet ophouden zichzelf' de rat' te noemen.
Merlijn, dit moet ophouden.
Ik weet niet waarom hij hier was, maar dit moet ophouden.
Hamas moet ophouden het grondgebied van Israël met raketten te bestoken.
Dit moet ophouden.
Het moet ophouden.
Dit moet ophouden voor hij iemand of zichzelf kwetst.
Dit gevecht moet ophouden.
Jezus, Nola. Nee, dit moet ophouden.
Ik weet dat je hem nog leuk vindt, maar dit moet ophouden.
Dit moet ophouden voor het te laat is.
Dit moet ophouden.
Dit moet ophouden, Nathan.
Deze nachtmerrie moet ophouden.
deze politiek van ontwrichting moet ophouden.
Ik hou van Bo, maar ze moet ophouden met die jongleer act.
Deze waanzin moet ophouden.
Ik vind 't niet leuk meer. Dit moet ophouden.
Dat moet ophouden.