Voorbeelden van het gebruik van Moet gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze moet gaan.
Jij moet gaan en ik moet werken.
Moet gaan, George.
En je vriendin zegt dat je niet moet gaan?
Ik veronderstel dat de man die dit een slechte beoordeling gaf, terug moet gaan.
Ik bedoel dat jij moet gaan, niet ik.
Iedereen moet gaan.
Jij moet gaan.
Omdat ik zeg dat je moet gaan.
Sorry, Akeela, moet gaan.
Er is geen profetie, die nog in vervulling moet gaan vóór Zijn komst.
En jij moet terug gaan naar Manhattan.
Moet gaan door een labirit om de bestemming te bereiken.
The Arcadian moet gaan, niet?
Ik vind dat je naar huis moet gaan.
Nu, ik-ik moet gaan.
En jij moet gaan.
Ik denk dat je verder moet gaan met je muziek. Maar niet met mij.
En als hij zegt dat je moet gaan, zal je moeten gaan. .
Kan je me eens uitleggen waarom je plots naar het kantoor moet gaan?