Voorbeelden van het gebruik van Arme kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn arme kind.
Ik neem 't arme kind onder m'n vleugels.
Dat arme kind.
Martin, ik wil niet bot klinken… maar dat arme kind is waarschijnlijk al dood.
Nee. Zeker niet, het arme kind.
Waag het niet het arme kind ook maar een haartje te krenken!
Ze moet haar arme kind weer mee naar huis nemen.
Het hart van dat arme kind gaf 't simpelweg op.
Arme kind hoorde het schot.
Mijn God. Het arme kind.
Dat arme kind.
Je hebt dat arme kind gemarteld voor mij?
Het arme kind weet niet hoe ziek ze eigenlijk is.
Ze loopt constant te vitten op dat arme kind.
Het arme kind is afgeslacht in de jungle.
Je krijgt het arme kind sprakeloos!
Het arme kind. Wat 'n vreselijke schok.
Wat heb je dat arme kind aangedaan?
Het arme kind is alleen.
Jij arme kind.