Voorbeelden van het gebruik van Eens samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als jij en Wells eens samen gaan praten, misschien.
Laten we eens samen gaan.
Je zei dat we eens samen wat zouden moeten eten.
Jullie mogen niet eens samen gezien worden, laat staan mij erbij betrekken.
Misschien moeten we er eens samen over praten.
Als je dan terug bent… Misschien kunnen we eens samen gaan eten.
Laten we het eens samen doen.
We gingen wel eens samen uit.
Ja, en we zouden nog eens samen spelen.
Zou je het leuk vinden eens samen te eten?
In 1993 kwam de band nog eens samen en nam het live-album Lay The Ghost op.
Nee Als we ooit nog eens samen zijn dan laat ik je het zien.
Misschien kunnen we eens samen eten.
Op de middelbare school… M'n zus Jenny en ik… liepen eens samen naar huis door het bos.
Te mijner verdediging… Echt. Ik heb meteen gezegd dat meer dan eens samen slapen, een slecht idee was.
wellicht kunnen we na het afronden van deze begrotingsprocedure 2002 eens samen naar Semipalatinsk trekken om er de vreselijke gevolgen van de nucleaire waanzin te aanschouwen
Misschien kunnen we 'ns samen lunchen.
Ze wonen niet eens samen.
Kom eens samen allemaal!
Wij zijn niet eens samen.