Voorbeelden van het gebruik van Grapje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik hou best wel van 'n grapje, maar mijn hak doet zeer.
Jij maakt overal een grapje van.
En het was een grapje.
Ze maakt natuurlijk een grapje.
Het was een grapje.
Het was een grapje, Li.
Grapje. Maar ze was wel gewond.
Grapje.
Grapje. Wij zijn honden
Dit is geen grapje!
Alweer een grapje.
ik maakte een grapje.
Wat?! Ik maakte een grapje, pap!
Dit is geen grapje.
Dat was een grapje.
Grapje. Of toch niet?
Grapje. ik heb m'n tas nodig.
Dit is geen grapje meer.
We maakten maar een grapje.
Dit is geen grapje.