Voorbeelden van het gebruik van Heb toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En ik heb toch tijd ervoor.
Ik heb toch nog een paar weken?
Ik heb toch geen tijd.
Ik heb toch iets gezien of niet?
Ik heb toch maar even.
Ik heb toch een afspraak.
Ik heb toch m'n kind.
Zeker, ik heb toch geen leven.
Ik heb toch alles gehoord.
Ik heb toch beloofd dat ik voor altijd bij je zou blijven?
Ik heb toch geen jurk.
Ik heb toch niks gedaan? Scheiden?
Ik heb toch geen trek vandaag.
Ik heb toch niet zoveel trek.
Maar ik heb toch een echt gezwel, geen denkbeeldig.
Ik heb toch niets te doen.
Ik heb toch twintig paar laarzen
Ik heb toch niks te doen.
Ik heb toch niets gedaan?
Ik heb toch geen leven.