Voorbeelden van het gebruik van Meedoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ik aan een triatlon kan meedoen.
Als jullie jongens willen meedoen.
We laten Masseria meedoen.
Ik mocht niet meedoen.
Daarom moet jij met me meedoen.
Maar ik wil nu meedoen.
Wil je niet meedoen aan het proces?
We zullen niet meedoen aan uw queeste!
Hij kan meedoen in de discussie die hij startte.
Je kunt niet nogmaals meedoen.
Dan moet Waxey Gordon meedoen.
Ik wil gewoon weer meedoen, Boyd.
Ik wil aan de Special Olympics meedoen.
Je moet meedoen.
Misschien kan ik meedoen.
Willen jullie meedoen met wat LSD?
Ik wil er niet aan meedoen omdat ik een lafaard ben.
Ik moet weer meedoen… aan die wilde dans.
Er waren roddels, maar daar wil ik niet aan meedoen.
Ik wil weer meedoen.