Voorbeelden van het gebruik van Moet steeds in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet steeds aan haar denken.
Hij moet steeds naar buiten als zijn moeder mannenbezoek heeft.
Ik moet steeds denken aan de ironie hiervan.
Ik moet steeds aan je denken.
Ik moet steeds denken aan wat we allemaal met dat geld zouden kunnen doen.
Alles moet steeds opnieuw gebeuren.
Ik moet steeds aan je denken.
Ik moet steeds aan gisteravond denken.
Arik K- Ik moet steeds aan je denken.
Ik moet steeds aan je elf denken.
Ik moet steeds aan ze denken.
Ik moet steeds aan Gina denken.
Jenny, ik moet steeds aan je denken!
Lk moet steeds aan hem denken.
Ik moet steeds aan je denken.
Niets. Ik moet steeds aan Haluk denken. Ik bedoel….
Ik moet steeds aan ze denken.
Ik moet steeds aan Phoebe denken.
Ik moet steeds aan Thomas denken.
En ik moet steeds huilen.