Voorbeelden van het gebruik van Zaak in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft deze zaak met ons opgebouwd.
Is die zaak er nog?
Jouw zaak, jij leidt. Regel 38?
Ik heb deze zaak vijf jaar gerund.
Moord is geen zaak voor de marshals.
Undercover werk… is een zaak van vertrouwen.
Waarom bespreken we echter deze zaak vandaag in dit Huis?
De zaak tegen Griffin is niet sterk.
Het was een zaak van nationale veiligheid.
Z'n zaak, z'n gezin, z'n kerk.
Ik ga de zaak van mijn vader overnemen.- Nee.
Ik had de zaak vorige week bijna gesloten.
Ik werkte met hem aan de Latraverse zaak.
Dat is ook mijn zaak.
Maar mijn privéleven is mijn zaak.
Zie zaak T-l/94.
Voedselveiligheid is een zaak van nationaal en internationaal belang.
De zaak tegen Monsanto.
Dit is een zaak van professionele integriteit.
De zaak reserveert het Four Seasons voor me.