Voorbeelden van het gebruik van Dwingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We mogen niet dwingen.
We kunnen haar niet dwingen.
Ik kan je altijd dwingen.
Je kunt haar niet dwingen.
Hemzeskeerlatenzakken en hem dwingen tot drie turnovers.
Moeders dwingen hun kind te verslinden!
De gebeurtenissen dwingen ons in dit Parlement beslissingen te nemen.
Ik kan je niet dwingen om te sterven.
geloof niet dwingen.
Ik ga haar niet dwingen.
Je kunt iemand niet dwingen ouder te zijn.
Ik besef dat ik je niet kan dwingen.
Schulden dwingen naties en individuen hun productiviteit aan geld te wijden.
En dan dwingen ze me.
Ze dwingen me erheen.
Ik zal hem niet dwingen te praten.
Ik kan u dwingen te getuigen.
U kunt me niet dwingen te gaan.
Ik kan ze niet dwingen.
Geen hof in deze wereld kan haar dwingen bij deze man te wonen!