Voorbeelden van het gebruik van Goed aflopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het gaat niet goed aflopen, is het?
Dit gaat niet goed aflopen. Dus.
Dit gaat niet goed aflopen. Sheriff.
Het zal wel goed aflopen.
Het gaat helemaal goed aflopen.
Echt wel. Dit gaat goed aflopen.
Dit gaat niet goed aflopen.
Dat gaat niet goed aflopen.
Dit hele gedoe ging nooit goed aflopen, toch?
Dit moet goed aflopen.
Ik had haar kunnen zeggen… dat internetrelaties nooit goed aflopen.
deze situatie gaat niet goed aflopen.
het zou niet goed aflopen.
Dan kan dit verhaaltje goed aflopen.
Dit gaat nooit goed aflopen.
Maar het kan ook goed aflopen.
Dit kan niet goed aflopen.
Skydiving? Dat zou goed aflopen.
Dit zal echter niet goed aflopen.
Dus…- Dit gaat niet goed aflopen.