Voorbeelden van het gebruik van Bewijzen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Bewijzen dat wat ik over jou weet klopt.
Ik moet bewijzen dat er iets fout ging anders is dit zinloos geweest.
Ze heeft harde bewijzen, en nu heb ik die.
Je kunt aan je watje-man bewijzen hoeveel je van hem houdt.
Ik wilde bewijzen dat Chloe je niet waard was.
Hem bewijzen dat ik geen homo ben?
Ik zal bewijzen dat het werkt.
Ik kan bewijzen dat je niet gek bent.
Ik kan bewijzen dat ik echt ben.
Ik ga bewijzen dat je werk grenzen verleggend is geweest.
Bewijzen dat dat Mulder niet is.
Nu zal ik bewijzen dat ik koning ben.
We gaan bewijzen dat je het mis hebt, Chef.
Bewijzen dat u Lisa hebt vermoord!
Maar je moet mij bewijzen dat je het waard bent.
We konden niets bewijzen, maar toen Miss Romilly verdween.
Bewijzen dat ik gelijk heb.
Ik heb genetische bewijzen, ik heb het recht met haar te praten.
Ik ga bewijzen, dat ik wel een ander baan kan vinden.
Die messen bewijzen niks, maar ze zijn wel eng.