Voorbeelden van het gebruik van Er toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze waren er toch nooit geweest?
Wat is er toch?
Nou, je was er toch niet bij?
Ik dacht dat er toch tenminste 2 of 3 zouden opdagen.
Ik ben er toch nog?
Ik moest er toch in geloven?
Wat is er toch?
Je was er toch bij?
Zitten ze er niet, dan kan er toch een hond in huis zijn.
Maar ik wilde geen gedonder dus ik ging er toch heen.
Zolang als je er toch bent.
Waar is Alicia, ze wilde er toch bij zijn?
Jij bent er toch.
Maar u was er toch met.
Bedankt, Flippa, wij zijn er toch niet om te eten.
Ik was er toch.
Maar nu zijn we er toch.
Ik ben er toch.
Will, je bent er toch.
Wij willen u er toch op wijzen dat u bij uitschakeling van deze diensten voor marketingdoeleinden,