Voorbeelden van het gebruik van Opletten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nou, we moeten gewoon opletten, of niet?
En nu opletten.
we moeten opletten.
Goed opletten. we hebben hier een heel dorp voor ontruimd.
Je moet goed opletten en dit wil ik niet.
Dus opletten wat ik zeg over Caffrey.
Rommie, blijf opletten.
Wauw. Ik moet echt opletten waar ik loop.
Opletten van het leder,!
Je moet opletten wat Black zegt.
Ik moet opletten met wat ik eet.
Wil je opletten waar je valt, mijn goede man?
Opletten, Romeo.
Je moet opletten als ik schiet.
Opletten jongens.
Opletten Isaac.
Opletten, zus.
Ik moet opletten.[ GEKNOR] Ik mag me niet af laten leiden.
Wij moeten opletten dat de harmonisering geen schijnafstemming wordt.
Opletten bij het wassen van het gezicht