Voorbeelden van het gebruik van Afgesproken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Met wie heb je afgesproken, Cook?
Als ze de dader kende, denk je dat ze afgesproken hadden?
Ja, zoals afgesproken, ik zal u de dossiers terugsturen.
Afgesproken, vriend.
We hadden wat afgesproken. Partners voor het leven, weet je nog?
Ik heb afgesproken met Victor.
maar ik heb afgesproken met Amy en Paul.
Op het afgesproken tijdstip staan ze er.
Dan vind je een envelop met geld onder de bank zoals afgesproken.
Afgesproken. Geen klant.
Is dat afgesproken, maatje?
Ik heb afgesproken met George.
Dit soort kalibratie wordt uitgevoerd naar erkende en afgesproken normen.
Het is een nieuw huisje… en heb afgesproken met vrienden om het op te knappen.
50/50 deel, zoals afgesproken.
Vanuit zijn zetel gaf hij het afgesproken teken.
Afgesproken, Doc?
Is dat afgesproken?
Heb je wel eens met deze mannen afgesproken?
Of noordwaarts naar Rock Valley, zoals afgesproken.