Voorbeelden van het gebruik van Afhouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Oké, ik kon gewoon moeilijk m'n handen van je afhouden.
We kunnen ze niet blijven afhouden.
Mijn vriend kon zijn ogen niet afhouden!! Moet kopen.
En die gozer met dat lange haar kan z'n ogen niet van je afhouden.
niets kan hem van zijn doel afhouden.
T Is gewoon dat u en Blaise mij van trouwen afhouden.
Kon hij zijn handen niet van de meisjes afhouden?
U moet uw moeder van iedere vorm van opwinding afhouden.
Jij moet mij van hem afhouden.
men kon haar nauwelijks van het podium afhouden.
Je kunt criminelen niet afhouden, staal buigen of vliegen.
We moeten Joe afhouden van Gordon tot 4 over 7.
We kunnen ze niet eeuwig afhouden.
Ik wil niemand van de vakantie afhouden.
Omdat ik die misselijkheid beu ben… en ik Cree kan afhouden als hij aanvalt.
Je denkt toch niet dat ik dit kan afhouden, denk je?
Ik wil dit niet meer afhouden.
we kunnen u niet van uw plicht afhouden.
In 18 landen kunnen mannen hun vrouw legaal van het werk afhouden.
Als we je van je spannende afspraak afhouden.

