Voorbeelden van het gebruik van Evengoed in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Als we niets doen, zijn we evengoed dood.
Weet ik, maar het is evengoed geweldig.
De aardbeving had evengoed elders in de wereld kunnen plaatsvinden.
Ik kan evengoed niet blijven, Harvey.
Ze zijn daar wel maar ze kunnen evengoed duizend mijl ver zijn.
Nee, maar 't is evengoed lastig.
Ik ook niet, maar evengoed.
Ze houden evengoed van me.
Ik ga evengoed niet.
We kunnen evengoed spelen.
Misschien wil ze me niet eens, maar ik ben evengoed gelukkig.
Ik zou haar evengoed bellen.
En ik hou evengoed van je.
Ik bedoel, de President van de Verenigde Staten kan eigenlijk evengoed.
Een grote hand, maar evengoed.
Dus dan ben je evengoed 'n klojo.
Jij had gisteravond evengoed bloedend in de regen kunnen staan.
En dat kan evengoed," jij" zijn?
Ik hou evengoed van je.
Ze hadden evengoed gisteren geschreven kunnen zijn.