Voorbeelden van het gebruik van Het stil in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Houd het stil.
Houd het stil.
Plotseling wordt het stil in de groep.
Doe het stil.
Hou het stil alsjeblieft, Mr.
We moeten het stil doen.
Ze houden het stil in het geval er een uitbraak is van spontane vreugde.
We moesten het gewoon stil houden, weet je?
Waarom het stil houden?
Ze hield het stil. Haar zus mocht er niet achter komen.
We hielden het stil, tot we wisten wie hij was.
Doe het stil.
Toen zij doodging werd het stil in de hemel.
Doe het stil.
Wat is het stil geworden!
Je hield het stil?
Voor degenen die graag het stil, deze eigenschap is de ideale plek.
In november wordt het stil in de tuin.
Houd het stil.
U hield het stil.