HIJ NAM - vertaling in Spaans

tomó
nemen
duren
drinken
maken
pakken
inname
overnemen
ondernemen
llevó
leiden
dragen
brengen
meenemen
duren
meeslepen
voeren
kosten
hebben
oppikken
cogió
nemen
vangen
pakken
neuken
halen
vangst
krijgen
grijpen
plukken
hebben
asumió
aannemen
veronderstellen
overnemen
dragen
uitgaan
veronderstelling
aan te gaan
aanvaarden
aangaan
ervan
grabó
opnemen
op te nemen
graveren
vastleggen
filmen
record
opname
registreren
maken
noteer
sacó
halen
trekken
nemen
verwijderen
krijgen
brengen
er
eruit
opstijgen
weg
aceptó
accepteren
aanvaarden
aannemen
instemmen
goedkeuren
aan te nemen
akkoord
aanvaarding
akkoord gaan
omarmen
agarró
grijpen
pakken
vasthouden
vastpakken
je pak
vastgrijpen
grip
nemen
vangen
vast te houden
adoptó
aannemen
adopteren
vaststellen
vast te stellen
goedkeuren
goedkeuring
vaststelling
omarmen
vast
treffen
tomo
ik neem
deel
ik drink
ik pak
ik maak
ik gebruik
ik slik
boekdeel

Voorbeelden van het gebruik van Hij nam in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Hij nam me zes jaar met mijn Emily af.
Me quitó seis años de mí y de mi Emily.
Hij nam de doos en legde ze binnen.'.
Agarró la caja y la metió adentro”.
Nee, hij nam een hete luchtballon.
No. el tomo un globo de aire caliente.
Hij nam elk baantje aan dat hij kon krijgen,
Aceptó cualquier trabajo, en cualquier lugar,
Maar hij nam de foto.
Pero sacó la foto.
Hij nam aan dat ik hem verried en ging er vandoor met het geld.
Supuso que le estaba traicionando, tomó el dinero y se fue.
Hij nam twee injecties mee naar huis.
Trajo dos inyecciones… una para el
Hij nam me mijn familie af.
Me quitó a mi familia.
Hij nam me bij mijn haren en draaide mijn hoofd om.
Me agarró el cabello y me giró la cabeza.
Hij nam een baan aan als vrachtwagenchauffeur.
Aceptó un trabajo de día, conduciendo un camión.
Ja, hij nam medicijnen in gisternacht.
Sí, tomo algún remedio anoche.
Hij nam zijn pistool.
Sacó su pistola.
Hij nam aan dat Doyle een wonde had,
Supuso que a Doyle le habían disparado
Hij nam een persoonlijk voorwerp mee naar het werk!
¡Trajo un objeto personal al trabajo!
Hij nam mijn wapen, en vermoordde hem,!
¡Agarró mi maldita pistola y le disparó!
Hij nam zijn lul.
Sacó su verga.
Ja. Hij nam de 18 maanden.
Sí, aceptó 18 meses de cárcel.
Hij nam je, je droom baan af.
Te quitó el empleo de tus sueños.
Hij nam zijn collega's mee backstage om de modellen te ontmoeten.
Trajo a sus colegas detrás del escenario para reunirse con las modelos.
Hij nam haar organen, haar bloed.
Sacó sus órganos, su sangre.
Uitslagen: 1807, Tijd: 0.1222

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans