JIJ WAS - vertaling in Spaans

fuiste
zijn
worden
wezen
wel
estabas
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
tú eras
was
hubieras
hebben
er
zijn
al
nog
daar
estuviste
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
eres
zijn
worden
wezen
wel
eras
zijn
worden
wezen
wel
era
zijn
worden
wezen
wel
estaba
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
estás
zijn
worden
staan
zitten
liggen
wel
er
hier
bevinden
nu
has
hebben
er
zijn
al
nog
daar

Voorbeelden van het gebruik van Jij was in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Jij was fout.
Estás equivocado.
Ik zag niet dat jij politie was en dat je was vastgeklemd.
No sabía que era un policía, y que estaba enganchado.
Julian, jij was recentelijk betrokken bij de rellen, toch?
Julian, estuviste involucrado en los disturbios recientes¿no es verdad?
Want je was jaloers… op wie ze was en wie jij niet was.
Porque estás celosa de quién era ella y de quién no eres.
En jij was daar om zijn verhaal te controleren.
¿Y estaba allí por…?- Comprobando su cobertura.
Als jij was gestorven, Ik.
Si hubieras muerto, yo--.
Lieve Lucian, jij was het!
Querido Lucien, lo has hecho!
Jij was gewond.
Estás herida.
Jij was op Charlotte na de enige hier die er van wist.
Era el único aquí aparte de Charlotte que sabía del caso.
Jij was er altijd bij… in elk idee… bij elke beslissing.
Verás, estuviste ahí siempre en cada idea en cada decisión.
Hij trouwt met je zus, jij was getuige op de bruiloft.
Se casa con tu hermana, eres el padrino en la boda.
Jij was destijds in Andy's huis.
Nos dijeron que estaba en casa de Andy la noche que murió.
Als jij niet was komen opdagen, was ik er geweest..
Tío. Si no hubieras aparecido, lo hubiera conseguido.
Jij was voorbestemd om een piloot te trouwen, Ellen.
Has nacido para casarte con un piloto, Ellen.
Dus jij was ook bang?
Entonces, estás asustada?
Jij bent Charles Langdon, jij was de stafchef van Richmond.
Es Charles Langdon. Era el jefe de gabinete de Richmond.
Ik doe dit normaal niet, maar jij was goed. 13 procent.
Normalmente no hago esto, pero estuviste bien. Trece por ciento.
Weet je nog waar jij was op de dag dat ze verongelukte?
¿Recuerdas dónde estaba el día en que se estrelló?
Mona vertele me dat die bitches gelukken waren' dat jij weg was.
Mona me dijo que esas zorras se alegraban de que hubieras muerto.
Jij was vroeg op. Wat heb je gedaan?
Has madrugado.¿Qué has hecho?
Uitslagen: 4277, Tijd: 0.0786

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans