ON ARRIVERA - vertaling in Nederlands

komen we
nous arrivons
nous atteignons
nous débouchons
on va
nous parvenons
on vient
nous rencontrons
nous passons
nous entrons
on sort
we halen
on va
on va chercher
on prend
sortons
on fait
on ramène
on arrivera
on va récupérer
nous obtiendrons
on trouvera
we er zijn
on est là
on y sera
on arrive
nous y
we kunnen
on ne
possible
nous pouvons
zullen we aankomen
gaat gebeuren
va arriver
va se passer
se produira
we arriveren
nous arrivons

Voorbeelden van het gebruik van On arrivera in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
On arrivera à Haven.
We zijn terug naar Haven.
Quand on arrivera là-bas, cet hôtel sera occupé.
Als we er zijn, is het hele hotel gevuld.
On arrivera jamais à la centrale nucléaire à temps.
Er is geen kans dat we op tijd bij de kerncentrale komen.
On arrivera plus vite au QG à pied.
Lopend zijn we sneller bij pa zijn campagnehoofdkwartier.
A ce rythme, on arrivera peut-être à quelque chose dans 320 ans.
Met dit tempo, bereiken wij wel wat in 320 jaar.
Et écoute bien: quand on arrivera là-bas.
En als we er zijn.
On arrivera pas à réparer le pont en une heure.
De brug kan niet in een uur bemand worden.
Quand on arrivera là-bas.
Als we er zijn.
On arrivera à faire parler Kevin Grey.
We gaan zorgen dat Kevin Grey gaat praten.
On arrivera jamais aux voitures.
We redden het nooit naar de auto.
On arrivera jamais à temps pour le match.
We raken nooit op die wedstrijd.
On arrivera à rien, si tu mens.
We bereiken niets als je gaat liegen.
On arrivera demain à Jefferson?
We zijn toch morgen in Jefferson?
J'espère qu'on arrivera à temps.
Hopelijk zijn we niet te laat.
Tu le sauras quand on arrivera.
Daar kom je achter zodra we er zijn.
On arrivera jamais à tout manger.
We kunnen ze nooit allemaal opeten.
Bien, on arrivera tôt.
Mooi, we zijn vroeg.
ils dormiront quand on arrivera. Viens.
slapen ze al voor we er zijn.
Ils seront là quand on arrivera.
Die zullen er zijn als we aankomen.
Si on roule toute la nuit, on arrivera jusqu'à Dallas.
Als we de hele nacht doorrijden, dan halen we Dallas.
Uitslagen: 69, Tijd: 0.0881

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands