Voorbeelden van het gebruik van Laat los in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat los.-Waar wacht je op?
Hahaa, laat los kinderen! 3!
Hij laat los!
Laat los. Kom op!
Ik laat los.
Laat los zei ik!
Ik laat los. Ik meen 't.
Laat los, kinderen!- Harry!
Laat los.-Geef me mijn geld!
Nina laat los, stapt achteruit… loopt de garderobe in
Laat los.-Nee, ik.
Laat los of we sterven beide!
Laat los, zeg ik je.
Laat los. Oké.-Goed.
Ik laat los als hij meewerkt.
Laat los. Maar waarom heb je dit versnipperd?
Ze laat los.
Laat los of ik bijt je vingers eraf!
Laat los. Geef antwoord!
Laat los, of de mensen sterven.