Voorbeelden van het gebruik van Laat los in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Laat los. Vervloekt!
Laat los, laat los, goed.
Die haak laat los en dan gaan jij en Annie dood!
Laat los.
Laat los, dwing me niet je neer te schieten.
Laat los wat in geen van beide handen is,
Laat los. Je doet me pijn!
Laat los, grote sukkel!
Ik laat los.
Laat los, neem afstand, nu, kom op.
Laat los, of ik doe hetzelfde bij haar.
Laat los, je doet me pijn!
Laat los, nu meteen!
Nee, niet doen. Laat los.
Ik zei: Laat los, anders vermoord ik je.
En dit is ook niet de juiste tijd. Laat los!
Laat los. Ik vergeet altijd hoeveel pijn dit doet.
Ze grijpt zich vast… ze laat los.
Laat los, postorderbruid uit de hel!
Stormvlieg, laat los.