Voorbeelden van het gebruik van Moest nog in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Er moest nog iets zijn.
Ik moest nog iets doen.
Ik moest nog inpakken.
Ik moest nog wat afleveren.
Die moest nog zoveel leren.
Ik moest nog wat regelen.
Ik moest nog iets aanpassen.
Ik moest nog even terug naar de stad voor inkopen.
Ik moest nog wat afhandelen.
Bob en Patty voor eeuwig moest nog even wachten.
Er moest nog 460 kilometer afgelegd worden.
Je moest nog minstens vijf dagen blijven.
Het beste moest nog komen.
Ik moest nog een keer telefoneren.
Het Westen moest nog wachten.
Je moest nog van mij af.
Ik moest nog afscheid nemen.
Ik moest nog damesverband kopen.
Je moest nog altijd hard werken om te slagen op deze academie.
Ze moest nog een laatste verdenking bevestigen.