Voorbeelden van het gebruik van Nu samen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is goed dat we hier nu samen over debatteren.
We zijn nu samen.
Clay en Gemma nu samen zijn.
Ze werken nu samen.
Jij en je moeder blijven nu samen.
We kijken er nu samen naar.
Ze wonen nu samen.
Want wij zijn nu samen.
Alle gangs van Seattle tot San Diego werken nu samen.
Wij zijn nu samen.
Nat en Pete wonen nu samen.
Alle gangs van Seattle tot San Diego werken nu samen.
Dus jullie twee werken nu samen?
Ik stel voor dat we ze nu samen opbouwen.
Slapen we nu samen?
We gaan nu samen uit. Natuurlijk is ze knap.
Nu samen, meiden.
We zitten nu samen in de problemen, jij domoor.
Zij hebben elkaar ontmoet bij Bertha Dorset en zijn nu samen.
We werken nu samen.