Voorbeelden van het gebruik van Was toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De daarop volgende kabinetsformatie was toch ook iets volstrekt nieuws in Albanië.
Je was toch zo ervaren in tactieken?
Ik was toch niet zo goed.
Ik was toch de enige man voor je?
Ze was toch een hoer.
Hij was toch niet zo dood
Ik was toch niet echt in gevaar.
Zeg, dat dossier was toch overgedragen aan Jeugdzorg?
Jij was toch goed in natuurkunde?
Het was toch maar een marionettenregering.
Ach, dat was toch m'n hele doelgroep.
Het was toch geen haai, of wel?
Ik was toch persona non grata? Bezoeken.
Hij was toch nep.
Dat was toch ooit uw buurman? Samuel Katelbach.
Hij was toch niet goedkoop?
Je was toch niet.
Tabaka was toch gediskwalificeerd van de honkbalcompetitie vanwege vechten?
Benzine was toch een milieuramp.
Het was toch een grote grap, niet? Vergeet het.
