Voorbeelden van het gebruik van Zware week in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Sorry, ik heb… ook een zware week gehad.
Het was een zware week.
Niets. Het was een zware week.
Niks, gewoon een zware week.
Misschien was dat een zware week.
Het was een zware week.
Ze had een zware week.
Ik… ik had een zware week.
Dit is een zware week.
Luister, het is een zware week geweest.
Het was een zware week.
En na een zware week… is een soldaat blij dat het zondag is.
Ik zag in je verslag dat je een zware week had.- Ja.
Ik las in het logboek dat het een zware week was.
Het is een zware week voor hem.
Het bleek een zware week te zijn voor racisten.
Het is een zware week geweest.
Je had een zware week.
Ik heb een zware week.
Het is een lange week, en zware week geweest.