Voorbeelden van het gebruik van Had toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik had toch niks te doen?
Ik had toch lucifers?
Mr Hurtince. Delvos had toch nergens respect voor?
Ik had toch een leuke dag.
Ik had toch Botox moeten nemen!
Je had toch een afspraak met de sheriff?
Je had toch een plan?
Had toch gezegd dat je Nikolai kent.
Ik had toch een fles wijn?
Je zei dat het meisje een blauwe shirt aan had toch?
Je had toch een identiteit?
Je had toch geen kinderen?
Had toch naar uw vrouw geluisterd.
Je had toch een vriend in het leger?
U had toch geen kinderen?
U had toch niets met hem te maken?
Je had toch een spoor?
Je had toch een O?
Jij had toch alles onder controle?
U had toch iets voor mijn man?