Voorbeelden van het gebruik van Hij moest in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij moest het goedmaken met hem.
Hij moest naar… De Baltische staten.
En hij moest hun op het feest een loslaten.
Hij moest dit nu doen,
Hij moest het leren.
Hij moest ergens heengaan nadat hij Vanessa Hiskie vermoordde.
Hij moest weten wat ik wist
Maar hij moest gewoon iets zeggen.
Hij moest bij mij zijn.
Hij moest vroeg weg voor zaken.
Hij moest tijd winnen.
Hij moest huilen.
Hij moest zijn prothesen komen veranderen- had een nieuw paar nodig.
Die jongen heeft een hersenschudding. Hij moest naar het ziekenhuis.
Ten derde en wellicht belangrijkste: Hij moest alle paarden teruggeven!
Hij moest Mrs Warleggan spreken.
Hij moest daarenboven 60 000 livres betalen aan de koning van Frankrijk.
Hé… Hij moest de auto uitlenen aan zijn moeders.
Het kwam gewoon uit hem. Hij moest zichzelf kunnen uiten.