Voorbeelden van het gebruik van Weggaat in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wil dat je weggaat.
Mijn vrouw schrijft me net dat ze bij me weggaat.
Nu je er bent… wil ik niet dat je weggaat.
Er komt een bed vrij als iemand weggaat of doodgaat.
Als je nu niet weggaat, moet ik de politie bellen.
Als je echter nu met Marcel weggaat, zullen wij elkaar niet meer zien.
Wie gaat er zingen dan, nadat je weggaat?
Ik wilde eten bestellen, maar als je weggaat.
Ik wil niet dat je weggaat.
ik niet wil dat je weggaat.
Wat gebeurt er als ze bij me weggaat?
Als u niet weggaat, zullen u en uw mannen overrompeld worden en sterven.
Als je niet weggaat, zal ik?
Voordat je weggaat: Ik hou niet echt van je, hoor.
Als je bij me weggaat, dood ik mezelf.
Ik denk dat je weggaat.
We praten wel voor je weggaat.
Ik wil niet meer dat je weggaat zonder mij.
Ik ben bang dat hij bij me weggaat.
Als u niet weggaat, ga ik weg.