Voorbeelden van het gebruik van Hij beging in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
een half jaar in de gevangenis zonder rechtszaak voor een misdaad die hij niet beging.
Als mensen erachter komen dat jij met opzet deze rebelse leider hebt vermoord… voor een misdaad die hij niet beging, zul je een revolutie ondergaan.
Op 20 januari 2005 werd Iman Farokhi geëxecuteerd voor een misdrijf dat hij beging toen hij 17 jaar was.
Louis Breck was onschuldig, maar door… de valse beschuldiging van de verdachte, stond… hij terecht voor een misdaad die hij niet beging.
Je liet hem opdraaien voor een moord die hij niet beging.
De enige daad van verzet die hij ooit beging, was in naam van de liefde.
M'n oudste zoon zit vast voor een moord die hij niet beging en Ethan heeft zware gezondheidsproblemen.
We hebben het over een jongen van onze leeftijd die al langer dan tien jaar gevangen zit voor een moord die hij niet beging en we proberen hem eruit te halen.
Played online kijken- Te hebben doorgebracht in de gevangenis een lange tijd voor een overval die hij niet beging, Ray Burns,
Played online kijken- Te hebben doorgebracht in de gevangenis een lange tijd voor een overval die hij niet beging, Ray Burns,
een 25 -jarige veroordeeld tot 25 jaar in de gevangenis voor een verkrachting die hij niet beging zorgt bovendien.
vertelt de zoektocht naar verlossing van Alex, een 25 -jarige veroordeeld tot 25 jaar in de gevangenis voor een verkrachting die hij niet beging zorgt bovendien.
vertelde hij over de misdaden die hij beging in het vernietigingskamp Treblinka(uit het boek Shoah,
Karl gaat hem een verhaal over de wreedheden die hij beging tijdens zijn tijd dienen
voor het vermoorden van duizenden onschuldige gelovigen, naast alle misdaden die hij beging?
onbewust van het kwaad, zoals Adam vóórdat hij haar beging.
Costello's bekentenis voor een misdaad die hij niet begaan heeft?
Hij begaat een vergissing.
Hij begaat een misdrijf. Hij moet rekenschap afleggen.