Voorbeelden van het gebruik van Ruikt het in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zo ruikt het ook.
Waarom ruikt het naar vis?
En hoe ruikt het?
Jij ruikt het ook, niet dan Josh?
Hoe ruikt het?
Waarnaar ruikt het, behalve naar zichzelf?
Wendell ruikt het als iemand gerookt heeft.
Hoe ruikt het in de atmosfeer van een andere wereld?
Maar waarom ruikt het naar vis?
Hoe ruikt het als het wordt klaargemaakt?
Will, hoe ruikt het?
En de voorbijganger ruikt het.
Ik wist het. Je ruikt het ook.
Maar ze kan het niet bewijzen. Ze ruikt het.
In deze stad ruikt het naar geschiedenis en de alomtegenwoordige monumenten,
Zelfs als je tabaksmaken verdampt, ruikt het niet naar de sterk geurende dampen, die afkomstig zijn van brandende tabaksbladeren.
Nadat je twee ramen even tegen elkaar open hebt gezet is die muffe geur weg en ruikt het er heerlijk fris.
Al snel is het weer tijd en ruikt het naar eend, gebraden vlees,
Bovendien ruikt het naar gel en de ingrediënten die je fris en essentieel zult voelen.