Voorbeelden van het gebruik van Schreeuwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik kon niet schreeuwen.
Ik kan je niet zien, Martiaan, maar misschien kan ik je wel horen schreeuwen.
Ze bleven maar schreeuwen en schreeuwen.
Niet schreeuwen in het bos.
Is uw familie schreeuwen voor themapark plezier?
Is dat je vader die ik hoor, schreeuwen om genade?
Ja, ik dacht, dat ik haar hoorde schreeuwen.
Heb je hem horen schreeuwen?
Niet schreeuwen, kijk niet naar mij.
En lied 'm schreeuwen.
Ik hoorde haar schreeuwen.
Niet schreeuwen, ik kom je helpen!
Je hoorde iemand van dichtbij schreeuwen.
Niet schreeuwen, begrijp je dat?
Zwarte vrijdag verkoop posterontwerp met penseel verf effect en schreeuwen.
Niet schreeuwen, niet rennen.
Ik zag alleen 't mes, en ik hoorde haar schreeuwen.
Nooit schreeuwen of obscene gebaren maken als reactie op negatieve opmerkingen van fans.
Er zijn veel verschillende vormen van schreeuwen.
Gelieve niet schreeuwen tegen me.