Voorbeelden van het gebruik van Vliegen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
WIJ kunnen niet vliegen of vuur spuwen.
Niet meer vliegen.
Nou dan ben ik blij dat we niet over water vliegen.
De Sovjet-intelligence schepen zouden ophalen Amerikaanse B-52 bommenwerpers vliegen van Okinawa en Guam.
En waarom kun je dan niet vliegen?
Tja, je had kunnen vliegen.
Supergirl en ik vliegen erheen.
En die mensen die door de lucht vliegen?
Dit ding bracht ons verder vannacht verder dan we ooit hadden kunnen vliegen.
Niks geen grote straal bloed en achteruit vliegen.
Waarom wil je niet vliegen, verdorie?
Ze had vandaag al helemaal niet moeten vliegen. Niet vandaag.
Gaan mensen daar ooit in vliegen?
T Schijnt dat je kan vliegen?
Shep, je kan niet vliegen.
Hij is helemaal uit Japan komen vliegen.
Ik denk dat we naar Florida vliegen.
Kun jij vliegen?
De piloot moest naar Mexico-Stad vliegen.
Waarom wil je niet met me vliegen?