VA A VENIR - vertaling in Nederlands

komt
llegar
entrar
ir
salir
aquí
volver
vienen
aparecen
ocurren
son
langskomt
venir
pasar
ir
visitar
aparecen
casa
venir a verme
por aquí
hier
aquí
aqui
acá
ahí
allí
está
toma
er gaat komen
komen
llegar
entrar
ir
salir
aquí
volver
vienen
aparecen
ocurren
son
zal hier
van a estar aquí
hierheen
aquí
acá
venir

Voorbeelden van het gebruik van Va a venir in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Va a venir a tu vida pronto,
Het komt binnenkort in je leven,
Él… él… va a venir. Ya verás.
Hij… hij… Hij gaat komen rond. Je zult zien.
Bueno, va a venir, pero no quiere verte.
Oké goed, hij komt langs, maar hij wil je niet zien.
Va a venir al neumólogo esta tarde.
Hij komt vanmiddag langs.
Bueno,¿va a venir alguien más?
Nou, komt er iemand anders?
¿Va a venir a visitarte hoy?
Komt hij jou bezoeken vandaag?
¿Crees que va a venir?
Denk je dat hij zal komen?
O sea, que no va a venir.
Dus ze komt niet.
Va a venir a mi entrenamiento y luego me llevará a casa.
Hij komt langs tijdens studeren en rijdt me dan naar huis.
Creo que va a venir cuando se encontrará con que yo voy a casar.
Ik denk dat hij zal komen wanneer Hij vindt dat ik ga trouwen.
Va a venir porqué quería que te conociera.
Ze komt hier omdat ik wil dat jij haar ontmoet.
Crees que alguien solo va a venir a salvarnos?
Denk je dat iemand ons zomaar komt redden?
Va a venir una gente esta tarde a verlo. Subid.
Er komen straks nog mensen naar de boot kijken.
Va a venir y llevarse a Emma solo por si Gerard y tú hacéis migas.
Ze komt Emma ophalen voor het geval het klikt tussen jou en Gerard.
¿Va a venir alguien?
Komt er iemand?
Va a venir a hablar conmigo.
Ze komt hier met me praten.
Va a venir por ti, va a venir por Lyla, Sara.
Hij komt achter jou, Lyla en Sara aan.
Pero no se preocupen, no va a venir cerca del fuego.
Maar maak je geen zorgen, hij komt niet in de buurt van vuur.
¿Va a venir un doctor?
De dokter komt hier?
El Envío no va a venir.
Je zending komt niet.
Uitslagen: 909, Tijd: 0.0861

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands