Voorbeelden van het gebruik van Hij heeft het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heeft het niet over jou.
Hij heeft het druk.
Hij heeft het niet verkeerd.
En hij heeft het verspild.
Hij heeft het zwaar.
Hij heeft het niet tegen jou.
Hij heeft het over een federatie van organen voor de spijsvertering,
Hij heeft het over jou, Clevinger.
Hij heeft het vast nog steeds over me.
Hij heeft het gedaan.
Hij heeft het eigenlijk altijd verkeerd.
Hij heeft het u verteld?
Wat John ook had, hij heeft het van hem gekregen.
Hij heeft het je niet verteld?
Hij heeft het over Monica.
Hij heeft het er steeds over.
Hij heeft het over de JSA.
Wacht, hij heeft het over de JSA.
Maar hij heeft het niet fout.
Hij heeft het voor me gemaakt.