Voorbeelden van het gebruik van Ging toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar hij ging toch.
François keek echt beschaamd om zijn bewering, maar ging toch verder met zijn uitleg.
Dus ik… loog en ging toch.
Maar je ging toch.
Ben ik ook door niemand gevraagd, maar ik maakte me op en ging toch.
Ik zei je nog zo van niet te gaan maar je ging toch.
Absolute waanzin. Maar je ging toch.
Je glipte toen het huis uit en ging toch.
Hij zei ons niet te komen maar jij ging toch.
Ook niet, maar hij ging toch.
Maar je ging toch.
De Strijders van Perkamentus ging toch over écht werk verrichten?
Hij ging toch eten bij Juliette?
Ik dacht dat het fake was, maar hij ging toch.
Maar ging toch.
Ik ging toch al.
Je ging toch?
Maar je ging toch om met een peuterleider?
Je ging toch terug?
Het ging toch goed?